Geert Hoste: 'Mensenrechten en Europa: belachelijk, belangrijk of Belgisch?'

Europahuis Ryckevelde, het Vlaams-Europees verbindingsagentschap (VLEVA) en de Provincie West-Vlaanderen organiseerden op woensdagavond 9 mei de dertiende editie van de State of the European Union. Naar aanleiding van de dag van Europa op 9 mei vragen we telkens een vooraanstaand spreker om vanuit zijn of haar perspectief luidop na te denken over Europa en onze gezamenlijke toekomst. In 2018 sprak Geert Hoste deze State of the European Union uit.

Geert Hoste (Brugge, 1960) studeerde rechten in Gent en trad op als politiek cabaretier. Een minder bekende kant van de humorist is zijn inzet voor de mensenrechten. Al 25 jaar is hij gezicht voor campagnes rond vrije meningsuiting, politieke gevangenen en de sensibilisering van de mensenrechten. Hij is ambassadeur voor Amnesty International Vlaanderen en Rode Kruis Vlaanderen.

Zijn State had als titel 'Mensenrechten en Europa: belachelijk, belangrijk of Belgisch?'. Je leest zijn volledige State hieronder:

 

"Dames en heren,

 

Bedankt om me uit te nodigen om uw State of The Union in te vullen en me te doen nadenken over de Mensenrechten in Europa. En bedankt dat u zo massaal bent opgedaagd om te luisteren naar mijn verhaal. Ik zal u vertellen over het belang van Europa én over het belang van de Mensenrechten. En ik geef u al meteen de moraal van het verhaal mee, samengevat en op rijm! Dan kan u dat alvast twitteren.

 

Europa is iets om voor te vechten

alleen al omwille van de Mensenrechten

 

De titel die op de uitnodiging stond: ‘Mensenrechten in Europa. Belangrijk, belachelijk of Belgisch?’, moest ik een paar maanden geleden verzinnen. Het was meer een voorwendsel om u naar hier te lokken. Om een voet tussen de deur te krijgen, als een ouderwetse stofzuigerverkoper.

En daarom deze heel belangrijke, belachelijke en dus Belgische vraag: ‘Wat was er eerst: de elektrische stofzuiger of de Mensenrechten?’ De elektrische stofzuiger. U heeft goed gekozen! De stofzuiger is uitgevonden in 1901. Maar ook zaken als de gloeilamp, de wasmachine, televisie, radio, telefoon, kortom zowat alles wat je bij Vanden Borre vindt, was er eerder dan de Mensenrechten. En als ik zeg dat zelfs de computer ouder is dan de Mensenrechten! Dan gaat u fronsen en denken? De computer? Ik ben toch niet gek!? Waaruit ik tot mijn eerste vaststelling kom: ‘We kennen de reclameslogans beter dan de Mensenrechten.’

 

Voor de volledigheid de feiten. De computer is er sinds 1946,  de Universele verklaring van de Rechten van de Mens is er gekomen in 1948.

 

En ik heb deze elektro-inleiding bedacht om te illustreren dat we soms vergeten hoe jong de Mensenrechten zijn.

Volgens de wereldbekende historicus Bart De Wever valt alles terug te brengen tot Keizer Augustus en het Romeinse Rijk. Ik moet hem tegenspreken. ‘De Mensenrechten’ zoals wij die kennen, zijn pas 70 jaar oud. En Europa? Europa is nog jonger. De Raad van Europa is: 69 jaar. De Europese Unie is pas opgericht op 1 november 1993. Mijn eerste conferences zijn ouder dan de EU.

 

Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog zijn er twee beslissingen genomen, die een grote impact hebben gehad op ons leven, op dat van u en dat van mij. Ten eerste: laat ons proberen te vermijden dat er een nieuwe oorlog komt in Europa en ten tweede laat ons ‘de Mensenrechten’ definiëren. Dat waren de goede voornemens in 1945. En geloof het of niet, het is 2018 en die goede voornemens zijn uitgekomen. Proficiat. Hiep, hiep hoera! Ik dank u en wens u nog een fijne avond. Ik had het graag hierbij gelaten en onmiddellijk aangeschoven bij de receptie. Maar ja, ik ben pas begonnen.

 

Gek eigenlijk, voor ons lijken dat zo’n evidenties,

‘Geen oorlog in Europa’ en ‘Mensenrechten’, maar dat zijn ze niet. Toen mijn grootouders nog leefden vroeg ik hen: ‘Hoe hebben jullie kunnen leven zonder televisie of telefoon?’ Ik had ze moeten vragen: ‘Hoe hebben jullie kunnen leven zonder Europa en de Mensenrechten?’ Want mijn grootouders hebben twee wereldoorlogen overleefd.

Ze zouden hoogstwaarschijnlijk hun schouders opgetrokken hebben bij een Europese droom als ‘Nooit meer Oorlog’. Als je twee oorlogen hebt meegemaakt in één leven dan denk je daar anders over dan wij. En toch is dat motto uitgekomen.

 

Ik gebruik niet geheel toevallig de slogan ‘Nooit meer Oorlog’. Want 100 jaar geleden werd de Eerste Wereldoorlog, de ‘Grooten Oorlog’, uitgevochten in onze eigen achtertuin, in deze provincie, aan de rand van ons land, aan de grens met Frankrijk en de Noordzee. De Tweede Wereldoorlog, 75 jaar geleden, werd uitgevochten aan die andere kant van ons land: in Eben-Emael, Bastogne, tegen de grens met Duitsland, Luxemburg, Nederland. Daarna werden we onderdeel van Europa en verschoven de oorlogen en de dreiging samen met de grenzen van Europa! In mijn jeugd zat de vijand al aan de andere kant van West-Duitsland of in Joegoslavië. Nu liggen de dichtstbijzijnde oorlogshaarden aan de grens van Europa: tussen Syrië en Turkije, Oekraïne, de Krim, Libië,… over ’t water. Als je je ooit afvraagt waarom Europa belangrijk is, dan is dat een heel goeie reden. Voor ons Vlamingen, Belgen, Europeanen maakt Europa een groot verschil.

 

Ook de Mensenrechten hebben ons leven verbeterd. Dus we zouden kunnen denken dat we goed bezig zijn: ‘Er is geen oorlog en mijn rechten worden niet geschonden, dus het is oké!’ Maar de realiteit, is niet zo oké, in het echt…

 

Ik geef een voorbeeld aan de hand van hoe we gemakshalve reageren als er weer eens geklaagd wordt over racisme. De reactie is er een als: ‘Zijn ze daar weer met hun gezaag, dat is toch opgelost?’ De redenering is: ‘wij hebben er geen last, dus het bestaat niet meer’. En inderdaad, het klopt dat wij er geen last van hebben, want wij zijn blank. Bovendien zitten we altijd vol goeie bedoelingen, dat is typisch voor blanken… Dat leren we uit de Zwarte Piet-discussie of de mascotte, die indiaan, van AA Gent. Als wij een racistische opmerking maken is het nooit zo bedoeld. Alsof onbewust racisme niet erg is. Onbewust racisme is misschien wel het ergste van al. Het betekent gewoon dat we geen benul hebben van wat het probleem is.

 

Nog een voorbeeld is artikel 13 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. In het schoon Vlaams luidt dat ongeveer ‘Je hebt het recht om te gaan en te staan waar je wilt, in eigen land en in het buitenland’.

Wij lezen dat als: wij hebben dat recht! Maar niet-welvarende, niet blanken, niet-Europeanen moeten niet naar hier komen. Op zijn Brugs is dat: ‘Zy je van Bagdad zet je vanachter!’

 

Wat de Mensenrechten betreft moeten we eerder zeggen, we wáren goed bezig, maar het grote elan, den dash is eruit! De vooruitgang in het denken over de Mensenrechten is een paar jaar geleden stilgevallen. Sinds begin van deze eeuw. Erger nog:  ze zijn op de terugweg! De Mensenrechten komen in heel Europa onder druk te staan. In Hongarije en Polen denk je dan, maar toch niet bij ons? Toch wel. België kan volgens mij niet veel dieper zakken dan vorige maand, toen onze staatssecretaris voor migratie in Albanië zei: ‘Vreemdelingen zijn welkom in België als het is om te komen shoppen op de Avenue Louise, maar daarna moeten ze terug…’ Ik moest even slikken, dat is geen beleid maar een verkiezingsslogan. Zoiets hoort thuis op een meeting van een politieke partij en niet in de regering. Niet dat ik verrast was, want een paar weken daarvoor had ik een gesprek met de staatssecretaris, over de Mensenrechten. En hij vindt ‘al die Mensenrechten’ geen doel, geen ideaal, maar bijzonder vervelend en remmend op zijn beleid. En hij heeft gelijk, maar dat is ook de bedoeling! Daarom zijn ze er gekomen, zorgvuldig geformuleerd, neergeschreven: om mensen te beschermen tegenover overheden, regeringen, ministers, koningen, keizers, dictators en ook tegen ambitieuze staatssecretarissen. Daar is grondig over nagedacht. De Mensenrechten zijn geen verkiezingspamflet van een politieke partij. De staatssecretaris kan doen alsof hij ze naast zich neerlegt, voor zijn achterban, maar dat gebeurt uiteindelijk niet ongestraft. Het feit dat Francken naar Marokko ging om te onderhandelen om een hier veroordeelde terrorist daar te laten opsluiten, komt door de druk van de Mensenrechten en de Belgische wetten. Het principe is dat we geen mensen uitleveren aan landen waar de doodstraf bestaat. In Marokko bestaat de doodstraf nog, ook al wordt ze niet meer uitgevoerd. Dus dan kan je het op een akkoordje gooien, maar België heeft zijn lesje geleerd bij de uitwijzing van Trabelsi aan de VS, een land waar de doodstraf zelfs nog wordt uitgevoerd. Daarover is ook onderhandeld, heeft België garanties gevraagd en gekregen. België is daar later zelf voor veroordeeld, gestraft en daarvoor betaalden wij de boete.

 

Mensenrechten zijn een doel, geen lapmiddel om af en toe boven te halen als het je beleid uitkomt. Het is geen buffet waar je af en toe iets lekkers uitpikt. Je kan niet vrijblijvend hier en daar een regeltje claimen voor je eigen imago. Voor Theo Francken ‘zijn alle mensen gelijk’ en daarom portretteert hij alle vluchtelingen en vreemdelingen als profiteurs en criminelen.

 

Het zal u niet verwonderen dat de staatssecretaris en ik het over een groot aantal zaken oneens zijn. Maar dankzij de Mensenrechten en het recht op de Vrije Meningsuiting, kon ik dat luidop zeggen, zonder opgesloten te worden.

 

De Vrijheid van Meningsuiting is een van de redenen waarom ik me ben gaan inzetten voor de Mensenrechten. Ik heb mijn leven lang in het publiek grappen gemaakt over de overheid en het beleid. Een voorrecht, want dat kan niet in heel de wereld, zelfs niet overal in Europa. Ik ben begonnen als mimespeler. Dat was geen toeval. Als je zwijgt, kan je niets verkeerd zeggen. Mime en commedia dell’arte danken daaraan hun succes en hun bestaan. Celie Dehaene vertelde me na elke voorstelling dat het goed was wat ik deed, maar dat ze me beter vond als mimespeler dan toen ik grappen maakte over haar man, de premier. Heel begrijpelijk. Vroeger mochten enkel een beperkt aantal erkende theatergezelschappen de door de overheid op voorhand goedgekeurde teksten ten tonele brengen. De rest moest zwijgen. Dat was vroeger. Dat is nu niet meer zo! Dat denkt u, maar de praktijk is niet zo zwart wit. Gezelschappen vragen subsidies aan de overheid, maar moeten eerst allerlei goedkeuringen krijgen, anders komen er geen centen en geen voorstelling. Ik koos als cabaretier voor de vrijheid en onafhankelijkheid.

 

Ik ben begonnen op straat. Nu moet je toestemming vragen om op straat op te treden of je krijgt een gasboete. Je kan niet zomaar op de Burg of de Grote Markt beginnen optreden. Als ik nu toestemming zou vragen om mime te spelen, zou de politie zeggen: ga maar naar ’t Stil Ende.

Artiesten die grappen maken over de overheid, mogen dan wel succes hebben bij het publiek, de overheid wil ze toch niet aanmoedigen. In Brugge hebben ze een pracht van een Concertgebouw gezet… voor klassieke muziek of middeleeuwse muziek. Dan kan je weinig verkeerde dingen zeggen natuurlijk. Ik kon of mocht er jaren niet optreden. De redenen ‘het is enkel voor klassieke muziek’ of ‘er is geen enkele datum vrij binnen de twee jaar!’ In het Koninklijk Paleis vragen ze altijd artiesten die een deuntje spelen op een instrument of een dansje doen, nooit een kritische stem om de bevolking toe te spreken.

 

Voor een wielerwedstrijd wil een stad geld betalen, maar iemand die zijn gedacht zegt over de overheid: neen, dat is geen prioriteit, we focussen op de toerist. Als er gevoetbald wordt, lijkt de stad belegerd door agenten om de openbare orde te handhaven, … maar wordt er alles aan gedaan om de match toch te laten doorgaan. Als je als soloartiest een bedreiging voor de openbare orde vormt, wordt er niet gespeeld, de voorstelling zal niet doorgaan.

 

Ik vertel dit om duidelijk te maken hoe de Mensenrechten op korte termijn een grote invloed hebben gekregen op ons denken en doen. En met ons, bedoel ik letterlijk: ons, het leven van u en van mij… Alleen al door de Mensenrechten te formuleren, zijn we er anders over gaan denken en is de samenleving met een reuzenvaart veranderd. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is een grotere stap voor de mensheid dan de eerste stap op de maan.

 

Is het niet in feiten, dan toch zeker in de perceptie.

En die perceptie is belangrijk, het is de glans van beschaving op onze samenleving. Zaken die we nu als evident beschouwen zijn pas recent in ons gedachtegoed binnen geslopen en hebben er zich genesteld.

 

Ik schets even hoe tijdens mijn leven de Mensenrechten de kijk op alledaagse zaken heeft veranderd.

 

Vijftig jaar geleden ging ik vaak op vakantie naar Male,

bij Omer en Antoinette. Ze hadden koeien staan op Ryckevelde en terwijl ze die beesten aan het melken waren, speelden mijn neef en ik cowboy en indiaan!

Wie er wat was, weet ik niet meer, maar te zien aan mijn kapsel ben ik meermaals gescalpeerd door de indianen.  Toen was het de gewoonste zaak van de wereld dat jongetjes cowboy en indiaan speelden. En vooral dat de cowboys op de indianen schoten, want dat waren de barbaren, de wilden van het Wilde Westen. Er was niets wereldschokkends aan neerschieten van indianen, het was maar een spelletje. Zoals sommige bisschoppen pedofilie ‘een relatietje’ noemen.

 

Ook Sinterklaas en Zwarte Piet werden 50 jaar geleden niet in vraag gesteld. ‘Sinterklaas en Zwarte Piet’ dat was alle romantische clichés uit de heerlijke sketch van Toon Hermans. Maar die elpee heeft nu een paar flinke krassen. Het kinderfeest is als een naïeve zeepbel gebarsten. Zwarte Piet bleek een racistisch denkbeeld te zijn, dat was even slikken voor ons. Maar welke uitleg er ook voor gegeven wordt: Zwarte Piet is niet meer dezelfde als 50 jaar geleden. Onze euro is aan het vallen. En ik voorspel weinig goeds voor de Sint. Wacht maar tot de milieuactivisten door hebben dat de goedheilig man met een vervuilende stoomboot uit Spanje komt. Of tot de dierenactivisten vinden dat een paard helemaal niet op een dek op en neer hoort te huppelen, tussen de heen en weer waaiende wimpels! Of op een dak lopen, des nachts, in de winter, terwijl de maan schijnt door de bomen.

 

Ik ben geboren op 1 juli 1960, De dag na de onafhankelijkheid van Congo. Ik ben dus nooit een koloniaal geweest. Maar ik had een tante uit Sint-Kruis die teruggekomen was uit de Congo en volgens haar zat het zo. Alle negers waren lui. De boys waren gedienstig en het was hen geraden en wie kon lezen en schrijven noemde je een évolué. Mijn tante vond zichzelf niet racistisch. Als je daar opmerkingen over had, zei ze: ‘Maar het is zo!’. Tja.

 

In mijn jeugd waren rassen iets exotisch. Dat was iets uit een encyclopedie of van prentjes die je kreeg bij de repen chocolade. Meer niet. Rassen waren in ons leven niet aan de orde van de dag. Eigenlijk was er 50 jaar geleden slechts één ras! West-Vlaming. Ik was 8 jaar toen ik op school vloog in Gent en daar heb ik het vaak moeten horen: ‘West-Vlamingen dat is een ras apart!’

 

In die tijd was de wereld nog behoorlijk klein: er waren Belgen, Hollanders, Luxemburgers en Fransen. En ook Engelsen en Amerikanen. En Duitsers maar dat lag nog gevoelig… En er waren communisten. Eigenlijk ook een ras apart. Zoals West-Vlamingen, maar dan aan de andere kant van het spectrum. Ik zat op school en er kwamen opeens in de lente twee Spaanse jongens uit Barcelona in de klas zitten! We wisten niet wat we zagen. Vreemdelingen! Ze droegen geen sombrero’s of espadrilles, ze waren chiquer gekleed dan ons. Dat was wennen. Inmiddels weten we dat Catalanen niet langer vreemdelingen zijn, het zijn Europeanen. Meer nog: Catalanen zijn nu onze grote vrienden! Dat roepen zelfs onze grootste nationalisten. Catalanen zijn een soort reserve-Vlamingen!

 

En hoe zat het in die tijd met de gelijkheid? Artikel 1 van de verklaring van de Mensenrechten: ‘Alle mensen zijn vrij geboren en moeten gelijk worden behandeld.’ Hoe zat het amper vijftig jaar geleden met rang en stand? Dat bestond al eeuwen niet meer? En toch. Ik kom uit een gemeente, Waardamme. Mijn vader was er ambtenaar, gemeentesecretaris, een évolué. Maar de burgemeester was van adel. De burgemeester was een Janssens de Bisthoven. De gouverneur van West Vlaanderen was toen baron Van Outryve d’ Ydewalle, ook een afstammeling van een eeuwenoude adellijke familie. Feitelijk had de adel toen echt nog macht. Nu is dat totaal anders. Of toch niet? Vorige week nog werd de kleinzoon van Albert Baron Frère zomaar aangeduid als regent van de Nationale Bank van België. Hij volgde gewoon zijn vader op. En we beschouwen het als heel normaal, maar ook de belangrijkste man van ons land, onze koning is van adel. Ik denk niet dat u en ik behandeld worden gelijk een koning. In de middenstand misschien, als de winkeldochter niet staat te rommelen met haar smartphone. We zijn allemaal gelijk, maar ik denk niet dat iemand hier vanavond ooit koning van België zal worden. Mocht hij of zij dat al willen.

 

En hoe zit het met gelijke rechten voor vrouwen? Ook daar gaapt er een gat tussen hoe wij er over denken en als rechtvaardig aanvoelen en de realiteit. 50 jaar geleden was het niet denkbaar dat een vrouw premier, president of kanselier zou zijn. Nu is het nog geen vetpot maar er zijn al Merkel en May. Er zijn nu in Europa vijf landen met een vrouw aan de top. Het klinkt goed, maar het is nog maar een klein percentage.

 

En je wilt niet weten hoe er in mijn jeugd over homo’s werd gedacht. Vijftig jaar geleden werd homofilie nog beschouwd als een ziekte. Er werd tegen gebeden, pillen gepakt, opgesloten in gevangenissen of de psychiatrie. Je mocht homo’s niet eens een handje geven. God behoede. Ik denk niet dat er nu nog veel mensen zijn in West-Vlaanderen die zo over homo’s denken. Nu is het homohuwelijk wettelijk in orde. Toch bij ons. Maar lang niet in alle landen van Europa. Duitsland ging pas in oktober 2017, een half jaar geleden, overstag en het was niet van harte. Het was eerder symbolisch, politiek, elitair, westers superieur gedreven dan in de sfeer van gelijkheid. Het was omdat homo’s aan de grenzen van Europa van gebouwen werden geworpen. Dat vond men erover.

 

Wat ik wil zeggen is: er is een evolutie op gang gebracht in ons denken. Dat komt door de Universele Verklaring van de Mensenrechten. Omdat de Mensenrechten neergeschreven zijn! Ze staan op papier. Ze bestaan. Dat is nog het meest zichtbaar bij de afschaffing van de doodstraf. Er zijn amper een twintigtal landen waar de doodstraf niet is afgeschaft. Dat zijn achterblijvers. Jammer genoeg niet van de minste: China, VS, Irak, Iran en Saoedi-Arabië. Maar het gaat de goeie kant op.

 

Iets meer dan 20 jaar geleden, amper, is de doodstraf uit de strafwet geschrapt in België. In juni 1996! En het was op het randje… want in augustus 1996 werd Dutroux gepakt en veel mensen wilden hem dood. Gelukkig was tijdens de Witte Mars in oktober ‘96 de boodschap van liefde groter dan de haat. België was het laatste land in West-Europa dat de doodstraf afschafte en het staat pas sinds 2005 in de Grondwet! Dat is een mooie garantie, dat wil zeggen dat niet de eerste de beste regering de klok kan terugdraaien. Want in een blinde reflex zijn er nog veel mensen die de doodstraf zien als een vorm van gerechtigheid, zo bleek vorig jaar nog uit een enquête in deze provincie.

 

Als je ziet welk parcours er de voorbije 70 jaar is afgelegd, is het bijzonder boeiend om na te denken waar de Mensenrechten over 70 jaar zullen staan! Zal vrijwillige levensbeëindiging eenMmensenrecht zijn? Zal het recht op privacy ook tellen voor ons DNA? Zal het milieu meespelen en wordt bijvoorbeeld het recht op propere lucht een Mensenrecht?

 

Hoe zullen we omgaan met migratie en vluchtelingen?

Zal in een geglobaliseerde wereld het vrij rondreizen een Mensenrecht worden? Ik denk dat men binnen een aantal decennia hoofdschuddend zal lezen dat er duizenden mensen verdronken in de Middellandse zee omdat ze op de vlucht waren voor honger, oorlog en godsdienstwaanzin en niet welkom waren in Europa. Een beetje zoals wij nu kijken naar de concentratiekampen uit WO II en zuchten:

 ‘Hoe was dat mogelijk?’

 

Hoogste tijd om het begrip Mensenrechten zelf onder de loep te nemen. Waar komen ze vandaan? Als we over de Mensenrechten spreken, moeten we de context schetsen, omdat het begrip ‘Mensenrechten’ binnen verschillende contexten gedefinieerd kan worden. Het wordt binnen drie verschillende contexten gebruikt. Ten eerste: Het gedachtegoed. Ideeën over de grondslag van de menselijke waardigheid. Zeg maar de filosofie van de Mensenrechten. Ten tweede: Het formele, legale. De praktijk van wettelijke normen en sancties die in de loop der eeuwen geformuleerd zijn. Ten derde: het dagelijkse leven. De individuen en organisaties die schendingen van Mensenrechten aan de kaak stellen. Vroeger was dat het werk van geschiedschrijvers en pamflettisten, tegenwoordig vooral dat van niet-gouvernementele organisaties, de ngo’s. En hier en daar ook van een bekende zanger zoals Bono van U2 of van een filmster. Of lokale cabaretier.

 

Precies omdat de context nogal verschilt is de geschiedenis van de Mensenrechten niet eenduidig en is het lastig om te bepalen wanneer Mensenrechten ‘zijn begonnen’. Het formele begin is vrij duidelijk: 1948 met De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Na de Tweede Wereldoorlog hebben historici en filosofen geprobeerd vast te stellen welke rechten, waarden of deugden van alle tijden zijn. Iets wat men fundamentele rechten zou kunnen noemen. Rechten zonder dewelke de samenleving niet kan bestaan.

 

Dat is niet zo gemakkelijk, we zijn het wel eens over een aantal zaken: gij zult niet liegen, niet stelen, niet moorden, … Dat soort werk. Dat klinkt evident, maar voor elk soort beginsel zijn wel uitzonderingen te bedenken. Je mag wel doden uit zelfverdediging, je mag soms wel liegen om anderen te beschermen. En mag je soms stelen? In smartlappen ziet niemand een probleem als een arme moeder een brood steelt om haar kinderen te voeden. Hoewel ook daar is weer een uitzondering voor: de bakker en zijn vrouw denken daar anders over.

 

Als resultaat van al dat denken en wikken en wegen kwam

‘De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’, een verzameling van 30 artikelen die van toepassing zijn op iedereen in de wereld. En, dat is heel belangrijk, al deze rechten zijn evenwaardig omdat ze gezamenlijk iemands menselijkheid garanderen. 

 

Het klinkt goed om te zeggen dat Mensenrechten zo oud zijn als de beschaving, maar dat klopt van geen kanten.

Vanaf de vroegste tijden, bijvoorbeeld in Mesopotamië rond 1750 voor onze jaartelling, zijn er wetten op schrift gesteld, of ten minste in steen gebeiteld, waarin je de eerste tekenen kunt bespeuren van wat nu ‘de Mensenrechten’ worden genoemd. Dat wel. En de grondslag van ideeën over menselijke waardigheid, vind je ook terug in de diverse godsdiensten die drieduizend jaar geleden ontstonden. Zo waren er bijvoorbeeld wetten of geboden die voorschreven dat sommige groepen en categorieën bijzondere bescherming verdienen. Zoals vrouwen, kinderen of vreemdelingen. En dat zelfs slaven niet zomaar mogen worden mishandeld.

 

Die regels kan je als fundamenteel beschouwen, maar

hoe geef je die inhoud? Want een regel moet ook gelezen worden in de context van de tijd. Neem de regels of geboden om vrouwen te beschermen. Dat wilde grosso modo zeggen: mannen houdt uw handen thuis! En de rest ook. Dat kan je dan terugvoeren naar tijden waarin mannen nogal bruut waren. Fysiek bruut. Nu zijn we al zenuwachtig als mannen expliciete sms’jes versturen, dat is digitaal bruut. We spreken over een periode gedurende de welke de Oude Belgen in holen en spelonken leefden en dobbelden om elkaars wijfje, dat ze aan de haren mee naar het kampvuur sleepten. Op dat moment beitelde men aan de andere kant van de wereld in een stenen tablet: mannen, dat gaan we niet doen. Ge komt niet aan een vrouw of ge wordt dood gebliksemd door God, ook een soort man met een lange baard. Er werden voor dat principe praktische regels bedacht: ge gaat eerst trouwen en dan pas mag je je vrouw aanraken. En voor die tijd afblijven. Niets! Nougatbollen! Op je kin kloppen! Zelfs geen handje geven! Neen, ook geen ene vinger, want ge weet hoe mannen zijn: ge geeft ze een vinger en ze pakken een arm! En gewoon een keer kijken, mag dat? Ook niet! Want ge gaat er niet kunnen afblijven! Aan de andere kant zeiden ze tegen de vrouwen: ge moet het niet uitlokken,

doe een lange rok aan en bedek uw hoofd als ge naar de markt gaat om eten te kopen voor uwe vent.

 

‘Houd uw handen thuis’, is nog altijd heel actueel, in de discussie over seksueel geweld. En ook als je nu de opgeklopte nieuwsberichten leest over mannen en vrouwen die elkaar de hand niet willen of mogen geven uit respect of voor hun geloof. Dan moet je dat tegen die achtergrond zien. Het is een wereldvreemde discussie anno 2018 en ze staat haaks op onze lokale, niet universele, gebruiken. Handen schudden is een omgangsvorm en iets anders dan Mensenrechten. Geen idee hoe deze storm in een glas water zal eindigen, maar als we er niet uit geraken, moeten betrokkenen maar een beroep doen op de videoref.

 

Hoe duidelijk oude samenlevingsregels en geboden ook  waren, die zogenaamde fundamentele wetten vallen niet onder ‘De Mensenrechten’.

Ten eerste: ze waren niet universeel. Ze golden voor een bepaalde staat of samenleving, niet voor de mensheid als geheel.

Ten tweede werden in die oude wetten heel veel fundamentele rechten niet genoemd, zoals het recht om in alle omstandigheden gevrijwaard te blijven van marteling. Ten derde: ze hielden grove ongelijkheid in stand: er was bijvoorbeeld geen sprake van dat een vorst, een vrije burger en een slaaf dezelfde rechten zouden hebben.

 

Dat laatste is belangrijk want de gedachte dat alle mensen gelijke rechten hebben, is helemaal niet zo oud als de mensen zelf. Het idee dat voor alle mensen gelijkheid van rechten geldt, duikt op bij de Griekse Stoïcijnen. Daarmee werd het onderscheid tussen ‘beschaafde mensen’ en ‘barbaren’ naar de achtergrond gedrongen. Iets waar we nog altijd mee worstelen overigens, want eind april las ik nog een waarschuwing bij TV West : ‘Vreemdelingen gesignaleerd op het fietspad langs het spaarbekken richting Diksmuide.’ Het las eerder als ‘Mannen houdt uw vrouwen binnen, de barbaren zijn daar!’, dan ‘ga als een barmhartige Samaritaan die mensen helpen.’

 

Er was niet alleen ongelijkheid ten opzichte van de vreemdelingen, maar vooral ook onderling binnen de eigen gemeenschap: sommige mensen stonden boven andere mensen en hadden meer rechten dan andere. Er was de heerser en die had alle rechten en daar kon je niets tegen beginnen. De gedachte dat mensen moeten worden beschermd door het recht, dat de macht van een heerser door wetten aan banden wordt gelegd, zodat hij niet naar willekeur met zijn onderdanen kan omspringen, is veel recenter. De moderne kijk op soevereiniteit  kreeg in Europa haar formele vorm met de Engelse Magna Carta van 1215, die als het beginpunt van de parlementaire democratie en de volksvertegenwoordiging wordt beschouwd.

 

De filosofie van de ruimere Mensenrechten krijgt pas met De Verlichting, vanaf de 18e eeuw, min of meer ingang. John Locke gebruikt de term ‘human rights’ en Mensenrechten krijgen concrete betekenis in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en in de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens (1789). Maar die rechten waren nog geheel niet zoals ze er nu uitzien. Pogingen om de Mensenrechten speciaal ook voor vrouwen te doen gelden hadden weinig succes. Ook sociaaleconomische rechten, duiken daar nog niet op. Die worden pas onder druk van de vakbeweging  in de 19e eeuw vastgelegd. In diezelfde periode ontstond ook een wereldwijde beweging tegen de slavernij en het kolonialisme. Maar toen kwam de twintigste eeuw, de eeuw waarin u en ik geboren zijn. En in plaats van een logische evolutie in het denken rond Mensenrechten, komt er een realiteit die er haaks op staat. In de twintigste eeuw kwam er een nieuwe lading dictators aan de macht in Europa. En niet van de minste. Duitsland, Italië, Spanje, Griekenland, Roemenië, Joegoslavië, …

 

Pas na gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog werd er gezocht naar een manier om te garanderen dat zoiets nooit meer kon gebeuren. Klonk er een roep naar een ethische en morele standaard die alle mensen kon beschermen. De Verenigde Naties, in 1945 opgericht met 51 landen, wilde daar werk van maken en in 1948 presenteerde de VN: de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Maar voor alle duidelijkheid: het is een Verklaring en geen ‘logische’, filosofisch goed onderbouwde tekst. De Mensenrechten zijn geen wetmatigheden en axioma’s zoals die in de wiskunde bestaan. Het zijn normen die de loop van de tijd heeft voortgebracht en die in de loop der tijd nog kunnen en zullen veranderen. En waar men het in 1948 ‘universeel’, in de hele wereld, over eens kon geraken. Gemaakt door mensen voor mensen. Los van goden of hun grondpersoneel.

 

En omdat het Europadag is, maak ik nu de link naar het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In 1950 in Rome opgesteld in navolging van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het is geen verklaring meer maar een verdrag. Een verdrag waarin mensen- en burgerrechten voor alle inwoners van de verdragsluitende staten zijn geregeld. Sinds 1998 is het verdrag zelfs bindend voor alle lidstaten van de Raad van Europa. Dat betekent dat deze rechten direct afdwingbaar zijn bij de rechter.

 

Dat brengt ons bij het tweede deel van de avond: Europa. En daar moet ik eerst iets over zeggen. Als ervaren cabaretier weet ik dat ik me nu op glad ijs begeef: iedere keer dat een normaal mens het woord Europa uitspreekt, haakt er iemand af uit het publiek. Afhaken in de zin van iemand die wegdroomt en verlangt naar de receptie. Uit eigen onderzoek weet ik dat dat ook geldt voor Europese ambtenaren en europarlementairen. Daar ligt het gemiddelde van mensen die naar de receptie verlangen zelfs veel hoger. Dus laat me beginnen met een opmerking die iedereen meteen mag noteren: Europa moet haar waarden en werking beter promoten. Werk aan de winkel wat de PR betreft. Maak Europa sexy!

 

Voor de aanwezigen wordt het even op de tanden bijten, maar ik hou het kort en krachtig, fris en fruitig. Er zijn verschillende soorten Europa. Er is het geografische Europa, er is het politieke Europa, het economische, het humanitaire Europa. Vanavond ga ik ze schaamteloos door elkaar mengen om mijn doel te dienen: de promotie van de Mensenrechten. Toch wil ik snel gps spelen op het Europese wegennet. Vroeger leidden alle wegen naar Rome, nu leiden ze soms naar Straatsburg of Luxemburg of Brussel, Parijs, Berlijn,…

 

Kort. In twee zinnen. Er is een onderscheid tussen de Europese Unie met 28 leden, (met de Europese Commissie, Het Europees Parlement en het Hof van Justitie in Luxemburg) en de Raad van Europa. Dat zijn 47 landen.

Ongeveer alle landen die deelnemen aan het songfestival. Turkije, Rusland, Armenië, Azerbeidzjan, Zwitserland, Cyprus doen mee. Vaticaanstad niet. Het klopt niet helemaal, maar je begrijpt wat ik bedoel.   

 

De Raad van Europa, leest in een adem door met het Europees Verdrag voor de Mensenrechten en

Europees Hof voorde Mensenrechten in Straatsburg. Dat Europees Hof voor de Rechten van de Mens is cruciaal want daar kunnen individuen, groepen, organisaties en landen een klacht indienen tegen een lidstaat. Stel je voor: je hebt niet alleen Mensenrechten, je kan ze ook nog afdwingen. De beslissingen van de rechters zijn bindend voor de partijen. De desbetreffende staat wordt geacht maatregelen te nemen ter uitvoering van het vonnis.

 

Maar op papier is dat mooier dan in het echt. Dat laatste bijvoorbeeld heeft een serieuze knak gekregen toen Rusland in 2015 meedeelde dat het die arresten van het Hof voortaan naast zich neerlegt. En in realiteit is het natuurlijk veel makkelijker voor een prins om het niet krijgen van een dotatie aan te vechten voor dat Hof, dan voor een vluchteling op een Grieks eiland. Laat staan dat een mens die omschreven staat als illegaal uit het Noordstation in Brussel vlotjes zijn rechten kan laten gelden in Straatsburg.

 

Dat brengt me bij wat ik hier vandaag kom doen: een staat opmaken van de Unie. Hoe is het in 2018 gesteld met  Europa en de MensenrechtenN Ik heb het al verteld. Europa is de bakermat van de Mensenrechten. Niet alleen omdat WO II een aanzet vormt tot de UVRM, maar ook de mensenrechtenorganisaties hebben hun wiegjes in Europa staan. De kindjes heten: Amnesty International, Rode Kruis, Human Rights Watch, Artsen Zonder Grenzen, Plan International. Daarom waant de Unie zich graag in de mondiale voorhoede als het over rechten en vrijheden gaat, maar we moeten onszelf niet te veel op de borst kloppen. Voor alle duidelijkheid: Europa is niet de zwakste leerling van de klas, maar we zijn nogal beïnvloedbaar door wat er in de wereld gebeurt. En in heel de wereld zijn machthebbers bezig haatdragende en polariserende retoriek om te zetten in concrete beleidsmaatregelen. Van de Filipijnen tot de VS staan de Mensenrechten dagelijks onder druk. Door een gebrek aan internationaal leiderschap, draaien die autoriteiten zonder meer de klok van de Mensenrechten terug.

 

En ja, ook de EU blijkt allesbehalve immuun voor die kwalijke trend. Wat 20 jaar geleden nog gold als een extreem discours van partijen als Vlaams Blok of Front National of van politici als Le Pen en Wilders, heeft nu ook zijn weg gevonden naar het beleid. Meerdere lidstaten morrelen openlijk aan de rechtsstaat, aan de vrijheid van meningsuiting of andere mensenrechten. Het dondert in Hongarije en Polen. Maar ook dichterbij hangen verontrustende onweerswolken. In Spanje waren we dit jaar getuige van onaanvaardbaar politiegeweld en inperking van de vrijheid van meningsuiting na het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum. De Franse regering installeerde onder het mom van terreurbestrijding een zo goed als permanente noodtoestand. De Belgische regering grossiert in rode kaarten voor het gevangeniswezen, veroordelingen voor folteren en martelen. En er zijn ook regeringsleden die haatdragende retoriek in beleidsmaatregelen omzetten.

 

Het Europese mensenrechtendeficit komt momenteel het duidelijkst tot uiting in de problematische visie op het asielbeleid. In plaats van de bescherming van kwetsbaren centraal te stellen, wat ontegensprekelijk de bedoeling zou moeten zijn, is het uitgangspunt steeds weer: zo veel mogelijk mensen buiten onze grenzen houden.

 

Voor het gemak besteden we de grensbewaking uit aan regimes die zich aan Mensenrechten weinig gelegen laten.

De getuigenissen van folteringen van migranten in Libië spreken boekdelen. Een andere uitwas van die visie is het vasthouden van duizenden mensen op de Griekse eilanden in erbarmelijke omstandigheden, zonder enig perspectief op beterschap.

 

Dat voor wat er binnen de Europese Unie gebeurt, maar ook op mondiaal vlak lijkt de EU te vaak de oren te laten hangen of de andere kant op te kijken. We zien weinig reactie, en al helemaal geen leiderschap, op de catastrofe die de door de Saoedi’s geleide coalitie in Jemen aanricht door bombardementen en uithongering. Tenzij we de aanhoudende wapenleveringen aan Saoedi-Arabië als reactie moeten meetellen. Of neem de folteringen en massa-executies in de Syrische staatsgevangenissen en de etnische zuivering van de Rohingya in Myanmar.

 

Het is hoog tijd dat de EU opnieuw het voortouw neemt voorde Mensenrechten. Binnen de Unie is er werk aan de winkel. Ten eerste moeten de lidstaten zelf bij de les gehouden worden en elkaar een spiegel voorhouden bij mensenrechtenschendingen. Als de begroting van een land niet klopt, komen er berispingen, maar als de Mensenrechten geschonden worden, wordt er gezwegen. De Unie moet zich de vraag stellen of er nog geld moet gaan naar leden die flagrant de Mensenrechten negeren of banaliseren.

 

Ook moet de EU haar verantwoordelijkheid nemen in de vluchtelingencrisis. Er moet een einde komen aan louche deals met regimes die Mensenrechten niet respecteren enkel en alleen om ons het vuile werk te besparen.

Vluchtelingen op Griekse eilanden moeten geëvacueerd worden en er moet gewerkt worden aan hervestiging.

Er moeten ook veilige en legale migratieroutes uitgestippeld worden. Dat vraagt nieuwe beleidsmaatregelen en vooral: een paar containers politieke moed.

 

Tot slot is de EU het aan zichzelf verplicht om internationaal leiderschap voor Mensenrechten op te nemen en het goede voorbeeld te geven. Ik weet ook wel dat het niet evident is om van buitenaf structurele veranderingen af te dwingen. Daarom een suggestie: overal ter wereld staan mensen in hun eigen land of gemeenschap op om hun rechten te claimen en schendingen aan te klagen. Zij betalen te vaak een hele hoge prijs voor hun engagement. Die mensenrechtenverdedigers zijn de hoofdrolspelers voor een toekomst met meer vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid. De EU zou een nieuw engagement voor de Mensenrechten kunnen aangaan door de stem en mening van deze organisaties en individuen te vertolken aan de onderhandelingstafel.

 

Maar voor we de rest van de wereld de les gaan spellen moeten we voor eigen deur vegen en er over waken dat Europa geen unie wordt van totalitaire regimes met een semidemocratisch laagje chroom. Europa moet tegenwicht bieden voor de autocratieën die nu aan het ontstaan zijn.

 

Gelukkig is er bij de begrotingsbesprekingen van mei 2018 een kentering te horen. Maar het kan geen kwaad om duidelijk te stellen dat Het Verdrag én de Mensenrechten in het algemeen een moreel kompas moeten vormen voor Europa. Je voelt dat Europa aan het kantelen is en de tijd is gekomen voor mensen die de Mensenrechten genegen zijn, om hun stem te laten horen.

 

We zijn 50 jaar na mei ‘68 en met een hernieuwde kracht zijn in Europa mensen en landen op zoek naar een hoger ideaal. Of dat nu een religie is of nationalisme of een vervanger voor het bolsjewisme voor de landen in het voormalig Oostblok. Dat hoger ideaal kan ingevuld worden door zowel Europa als de Mensenrechten. Het is geen dom idee voor een westerse gemeenschap om een samenlevingsmodel te kiezen dat gemaakt is door westerse denkers.

 

Er wordt beweerd dat jongeren geen engagement meer hebben als het om het grote gedachtegoed gaat. Dat klopt niet: kijk maar tot wat ze in staat zijn om een kalifaat op te richten. Ze laten familie achter en trekken naar de woestijn om er een paradijs op te richten.

 

Wel, laat mij de karikatuur gebruiken: maak van Europa een kalifaat voor de Mensenrechten! Europa staat veel dichter bij het paradijs dan het denkt. De instellingen zijn er, de basisregels zijn er, de fundamentele waarden zijn geformuleerd, de controle-instellingen zijn er, de juridische instanties voor wie vindt dat de regels niet gerespecteerd worden, functioneren. Waar wachten we op? We hebben die rechten geformuleerd. We moeten ze nu ook uitdragen. Ze moeten doordringen in ons gemeenschappelijke bewustzijn. We wachten op duidelijk engagement, met de promotie van en communicatie rond Europa en De Rechten van de Mens. Het moet voor iedereen die in Europa leeft, woont, werkt, reist, bezoekt -en zelfs voor wie door het luchtruim erboven passeert- evident zijn wat Europa beschouwt als een onlosmakelijk recht van elke mens op aarde. Zoals het bijvoorbeeld voor iedereen doorgedrongen is dat je geen nagelknipper mag meenemen in een vliegtuig of dat je malariapillen moet pakken als je naar een malariagebied reist.

 

Waarom is Europa bang om de propagandamachine van het eigen gedachtegoed aan te zwengelen? IS en Al-Qaeda konden met beperkte middelen onbeperkt hun ideeën verspreiden, en deden dat ongeremd en ongegeneerd. De EU is zoveel rijker en sterker, maar zit in een hoekje te wachten. Islamisten, kapitalisten, communisten, maoïsten hebben allemaal hun ideologie gepromoot of doen het nog… Maar Europa denkt zelfgenoegzaam: to know me, is to love me. Er is meer nodig in deze wereld. Als je hem niet promoot, krijg je zelfs geen stofzuiger verkocht.

 

Hoe dat praktisch moet? Ideeën genoeg. Een suggestie? Kies elke maand 1 van de 30 artikels uit de Verklaring van de Rechten van de Mens en begin dat te promoten. Leg het uit, sensibiliseer, hamer erop. De maand later een volgend artikel. Als je dat elke maand doet ben je na 2,5 jaar rond en kan je herbeginnen. Pik er telkens een ander artikel uit om op te focussen en begin niet met het meest controversiële. Zoek de eerste jaren iets waar iedereen het over eens is, zoek de gemeenschappelijke grond. Kom op, Europa.  Je hebt voor hetere vuren gestaan. Het is een wilsbesluit! Een beleid.

 

Het is levensnoodzakelijk om de basisrechten van de mens bij iedereen bekend te maken. Het zijn de tien geboden van nu, soera’s van deze tijd, mantra’s van onze samenleving. Moeilijk? Dat is niet moeilijk! Zelfs kleuters kunnen hele albums van Amerikaanse of Hollandse rappers afdreunen. Er zijn generaties die een hele eucharistieviering kunnen meezeggen zonder dat ze de voorbije 25 jaar nog een voet in de kerk hebben gezet. Liturgie wordt erin geramd. Waar hebben we schrik voor? De fundamentele regels van onze samenleving moeten opduiken in het onderwijs. We moeten misschien vragen aan K3 om een album met Mensenrechtjes te brengen.

 

Ik ben ervan overtuigd dat België een bijzondere rol kan spelen in een nieuwe elan voor de Mensenrechten in Europa. En waarom niet deze provincie West-Vlaanderen? De voorbije vier jaar hebben we de Grooten Oorlog herdacht en veel ervaring opgedaan. Wat gaan we doen met die erfenis? Gebruik ze als voedingsbodem voor een nieuwe grote gedachte. Maak van West-Vlaanderen dé mensenrechtenplek in Europa! Symbolischer kan bijna niet. Ik zie langs de kant van de weg borden met ‘Kernwapenvrije gemeente’, wanneer komt er een bord met West-Vlaanderen mensenrechtenparadijs?

 

Ik heb het eerder gezegd. Ons land is de uitgelezen plaats om een grote internationale conventie op te starten rond de Mensenrechten 2.0. Ik vertel graag grappen over dit land en zijn leiders maar ik wil ook wel een duw in de rug geven. Geloof het of niet: België heeft meer gedaan dan alleen de frieten uitgevonden en pralines verkocht. De Belgische Grondwet van 1830 was de inspiratiebron voor grondwetten van andere landen. Net zoals de Franse Code Civil dat is voor burgerlijke wetboeken en de Duitse handelswet en het Italiaanse strafwet vele andere landen tot voorbeeld dienden. Misschien moet ons land deze oefening na tweehonderd jaar nog eens overdoen?

 

Laat ons een internationaal symposium organiseren waarbij de filosofen, rechtsgeleerden, politici en de mensenrechtenorganisaties een nieuwe Verklaring van de Mensenrechten formuleren. Zoiets doe je niet van vandaag op morgen. Daarom heb ik een voorstel om er werk van te maken tegen 2030. 2030 is een bijzonder jaar voor ons land. We vieren dan het 200-jarig bestaan van België.

 

We hebben alles in huis om een schets te maken voor de toekomst van de samenleving en hoe we met elkaar omgaan op deze planeet. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens heeft in 1948 een prachtig kader geschapen, maar is toe aan een update, een renaissance.

Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijke, vernieuwde mensenrechtenverklaring een sterk wapen kan zijn tegen extremistische, religieuze, nationalistische, racistische, xenofobe stromingen die nu langs alle kanten onze maatschappij aanvallen.

 

Tot slot. Als ik iets publiceer over Mensenrechten op de opiniepagina’s van de kranten of nieuwssites, krijg ik antwoorden in de stijl van: ‘Mensenrechten, Mensenrechten, wordt het geen tijd voor mensenplichten?’

Dat komt van mensen die gretig gebruik maken van hun recht op vrije meningsuiting om mij de huid vol te schelden. Ze mogen. Maar ik heb daar wel een antwoord op. Het is een positief antwoord.

Er is maar één mensenplicht,  en dat is de Mensenrechten verdedigen.

 

Ik dank u."

 

Geert Hoste, 9 mei 2018

 

De jaarlijkse State of the European Union

De 'State of the Union' is de jaarlijkse toespraak van de president van de Verenigde Staten van Amerika tot de leden van het Amerikaanse Congres waarin hij de staat van het land overschouwt en zijn plannen en politieke doelstellingen voor het volgende jaar bekendmaakt. 

Nog voor ook de voorzitter van de Europese Commissie besliste om jaarlijks in september een Europese 'State of the Union' uit te spreken, raakte Ryckevelde vzw door deze Amerikaanse traditie geïnspireerd voor een eigen 'State of the European Union'. Al gauw waren ook andere partners zoals het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap, het Vlaams Parlement (vorige edities) en dit jaar ook de Provincie West-Vlaanderen overtuigd om met dit jaarlijkse evenement de ‘Dag van Europa’ in de kijker te zetten in Vlaanderen. 

Vorige sprekers waren onder andere Kader Abdolah (2016), Jef Lambrechts (2015), Koen Lenaerts (2014), Gerard Mortier (2013), Jan Leyers (2012) en Geert Mak (2011). Bekijk hier het overzicht van eerdere edities van de State of the European Union en de wedstrijden.

 

Campagne Klimaat

Ontdek het hier